Thailand
| Donderdag 18 november - Dag 836 - Ao Chalong - Thailand | ||
Druk, druk, druk. Halfacht. Auto huren. Met Will en Herman naar de electronicashop om er een stroomomvormer te kopen. Duur! In een koffieshop honderd telefoontjes plegen om uit te vinden hoe we vanuit Phuket, hier, een visum voor Indië kunnen krijgen. We willen volgende maand namelijk naar de Andaman-eilanden. Naar het expeditiebedrijf in Phuket Town dat zo'n visum kan regelen. Onderweg gasflessen laten bijvullen. Dan kapotte dvd-speler naar hersteller brengen, een Chinese man in een grauwe garage. Benzine tanken voor Buut. Aantrekkabel voor Buut z'n motor laten herstellen. Te kort. Opnieuw de motor het hele eind naar de reparatiezaak sleuren om nog eens zo'n kabel te laten monteren, nu een langere. Pasfoto's laten maken. Naar de bank. Uitzoeken hoe we die stroomomvormer gaan monteren, alle panelen losvijzen om te zien waar we de kabels kunnen leggen. Zweten. Pasfoto's ophalen. Verkeerd formaat. Les geven. Nog meer zweten. Els laat zich masseren in het restaurant/sauna/massage die de zeilers uit de baai tot een soort clubhuis hebben omgedoopt en waar we elke avond allemaal samen eten. Nog eens om die pasfoto's, juist formaat nu. En 's avonds met Herman en Will naar de bar aan het strand en tegenspartelen omdat Will meer wil dan alleen pinten drinken. "Come on Thomas! You're such a bore! Kom, we gaan naar die bar met die hoertjes! Just to look! No touching, I swear!" Maar nee, ik ben te saai. |
||
|
||
|
||
| Woensdag 1 december - Dag 849 - Nai Harn - Phuket - Thailand | ||
Ik zie mijn kind dan al met gebarsten schedel langs de straatkant liggen, een tafereel waarrond kwijlende honden en kinderen die koekjes eten Els, die in shock in het stof zit te trillen, wegdrummen. Als mijn vrouwen te laat zijn sla ik in paniek. 'Zodra Lien geland is, komen we recht naar huis.' Ik weet zeker dat Els me dat beloofd had, zij weet zeker dat dat niet waar is. Rond de middag telefoneerde zij me nog dat haar vriendins vlucht drie kwartier vertraging had. En dan niets meer. Niets. Zeven uren lang. Waarom belde Els me niet? Omdat ze in een dodenhuisje lag, omdat corrupte politieagenten haar opgesloten hadden, omdat ze Luna in de drukte van het luchthavengebouw uit het oog verloren had en nu helemaal kwijt was. Ontvoerd, verkracht, in stukken gesneden. Natuurlijk. Ik was kapot van de stress. Mijn stem trilde van de zenuwen. Sinds uren en uren stond ik op de uitkijk. Alle yachties hadden medelijden met me. Will en Fiona namen me toen de zon onderging mee naar het restaurant. Waarom belde Els me niet? "Maar ventje toch!", zei ze toen ze met Luna en Lien in het donker eindelijk het parkinkje bij Ao Sane opreed, "Wij waren gewoon eerst iets gaan eten en dan zijn we schoenen gaan kopen en daarna wilde ik Lien nog een stuk bouwgrond tonen. Da's alles." Natuurlijk. Da's alles. Zes paar schoenen, wat bouwgrond en een gesloopte man. Later die avond zat ik naar die lieve Lien te kijken als naar een interessant studieobject uit de ruimte. Ze struikelde enthousiast over haar verhalen, sneed haar eigen zinnen de pas af, flitste tussen onderwerpen als een kaatsbal door een laboratorium. (Natuurlijk joegen wij haar op: 'En met die, hoe gaat het daar nog mee?' en 'Die ruzie tussen hij en zij, is dat al bijgelegd?' en 'Is het waar dat op dat feestje zoveel seks in de lucht hing?') Lien is één van Els' beste vriendinnen en de vrouw van Jan en Jan is één van mijn beste maten en Jan Verheyen. Bovendien regisseert Lien al een keer een kortfilm die internationale prijzen wegkaapt of een reeks afleveringen van pakweg Witterkerke, en maakt en presenteert ze een kookprogramma voor Vitaya en schrijft ze voor Elle, dus is het logisch dat het erg veel over de media ging en over de bv's die bij hen in trossen over de vloer komen en over het toneel dat zich in het Vlaamse mediacircus achter de schermen afspeelt. Eerst dit. Ik moet opletten dat ik niets verkeerd ga zeggen. Maar misschien moeten jullie nog meer opletten omdat ik iets juist ga zeggen. Sinds Herman met een berg TV-Families, Story's en Dag Allemaals op bezoek kwam zit ik met een knagend gevoel in mijn hoofd. Ik erger me. Ik maak me boos. Onze wereld is uit evenwicht. In tweeënhalf jaar tijd zijn we hard blijven wegglijden in Vlaanderen. Nog meer dan toen wij vertrokken vertellen nitwits die toevallig een keer te zien waren in programma's als - hoe heet het allemaal? - Miss België Achter de Schermen of De Wellnesskliniek of Temptation Island of Beautiful in de bladen dat ze verliefd/zwanger/gescheiden/bevallen zijn. Tientallen acteurs die in Familie of Wittekerke of Spoed of Thuis hun kunstjes vertonen, zetten hun eigen soap in de bladen ongestoord verder. Alsof ze niet uit hun rol kunnen stappen gaan ze de ene week en plein public samenwonen, dan is hun kind gehandicapt/genezen, vervolgens is de relatie voorbij en de week erna worden ze lesbisch/homo. 'Mijn vrouw heeft me mijn slippertje vergeven' zegt een idioot op de cover van zo'n weekblad en ik wil die mens opbellen om hem telefonisch het hoofd in te slaan. Nu ben ik zelf niet onschuldig natuurlijk. Ten eerste schrijf ik hier gedomme mijn eigen soap en vertel ik het aan Jan en alleman als ik eens ruzie heb gemaakt met mijn vrouw. Ten tweede kan ik deze reis hier betalen omdat ik vele jaren enthousiast met dat hele circus heb meegedaan. En het is erger: ik ben van plan terug in de ring mijn kunstjes te vertonen zodra Mercator vastligt aan een ponton in Nieuwpoort. Yihaa, ik kan niet wachten. Maar goed, ik zat dus naar die lieve Lien te kijken die maar vertelde en vertelde omdat ik haar maar bleef bestoken met vragen over kijkcijfers en producenten en of die sukkel nog steeds presentator is en hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat zo'n non-talent als Marlène de Wouters d'Oplichter het gezicht van een nieuwe zender kan worden! Jamaar nee, kom, alsjeblieft zeg, 't is toch waar zeker? En opeens zei Els - en niet voor het eerst bracht zij moeiteloos een gedachte onder woorden die ik al dagen probeer te construeren -: "In Vlaanderen omringen de mensen zich dus steeds meer met fictieve in plaats van met echte personages." En godallemachtig, het is juist! Jullie (Wìj! Wij! Ik ook als ik kan!) wij kijken elke avond geboeid naar de helden van Peking Express en Expeditie Robinson en De Werf en we kennen de diepste zieleroerselen van Evi Hanssen en Marijn Devalck en godbeware me, zelfs van Bart Vandenbossche. En als De Pfaffs op een praalwagen door de stad gereden worden stromen we met z'n tienduizenden uit onze huizen om hen toe te zwaaien. Maar de mensen in onze straat? Neen, die kennen we niet meer, die komen niet over de vloer, die zeggen we wel eens vaag goeiendag. Wie zit nog op de stoep voor zijn deur? Wie praat nog eens een hele avond met zijn vrouw? Speelt nog één gezin Scrabble? Wie heeft nog contàct met échte mensen? Neen. Televisie kijken. Alles willen weten over poppetjes op een scherm. Hoe schrijft Rudy Vandendaele het in Humo, deze week? 'De buis blijft een rattenvanger, maar of je een rat wil zijn is nog maar de vraag.' En 'Om in te zien dat de ene mens een keffer is voor de andere heb ik geen televisieprogramma nodig waarin de burenruzie tot een attractiepool wordt verheven.' (Over 'De Werf'.) Televisie kijken dus, want we zijn allemaal zo 'goed bezig' en de hele dag is het zo 'drukdrukdruk' en 's avonds zijn we te moe om pap te zeggen dus grijpen we naar de afstandsbediening. En we bladeren door Het Nieuwsblad of Het Laatste Nieuws en heeft dan niemand in de gaten dat die kranten in drie jaar tijd gestopt zijn met informatie geven, maar nog alleen onderschriften leveren bij sensationele foto's? Kijk, wij hebben sinds tweeënhalf jaar geen tv. Vroeger: verslaafd. Nu: verlost. Als wij ons niet willen vervelen moeten Luna, Els en ik babbelen met elkaar. Op het strand en op elkaars boot en aan tafel 's avonds praten wij met de wereld. Alle soorten mensen. Dokters en dokwerkers, mijnwerkers en makelaars in aandelen. Wij laten elkaar uitvertellen. Wij willen horen wat die andere heeft meegemaakt, wat zij denkt. (Terwijl we bij ons in Vlaanderen niet snel genoeg aan het woord kunnen komen, niet genoeg over onszelf kunnen vertellen, de halfzinnen van onze gesprekspartners gebruiken als springplank voor ons eigen verhaal. Ik ook. Ik ook.) Zeilers varen dikwijls bij elkaars langs. Of we vragen 'Ik ga naar de stad. Kan ik iets voor je meebrengen?' Jazeker, er zitten onnozelaars, lastigaards en arrogante zakken tussen. Maar we hebben een pak vrienden met wie we al een keer rustig een gedachte uitspitten of we hebben een te heftige discussie en zeggen de dag nadien dat we het zo niet hadden bedoeld. Of we zitten uren naast elkaar aan het strand en we zeggen niets. En we gaan vroeg naar bed. Volgende week komt één van de twee programmadirecteurs van VTM zijn vrouw achterna. 'Heerlijk', mailt hij, 'Twee weken om bij te praten en om allerhande wereldproblematieken aan te pakken en bij voorkeur op te lossen.' Mijn maatje Jan komt eraan. Ik popel van ongeduld. |
||
|
||
| Woensdag 8 december - Dag 856 - Nai Harn - Phuket - Thailand | ||
Formidabel dagje. Nu is het de harde schijf van mijn pc die kapot is. En op die pc staan mijn digitale zeekaarten. 's Avonds, na driehonderdtwintig slopende kilometers in een gammel huurautootje omdat ik maar heen en weer blééf rijden tussen Mercator en de computershop, kwam ik erachter dat ik mijn gsm niet meer op zak had. Een laptop naar de vaantjes en een gsm kwijt... Gelukkig kon ik troost vinden bij mijn vrouwen die ik terug voor mij alleen had. Lien ligt in de armen van Jan, in een hotel hier zestig mijl vandaan. |
||
|
||
|
||