14.00h
Het restaurant van Ao Sane is weggespoeld. Ons restaurant bestaat
niet meer. Gedaan ermee.
De winkel waar een stapel kleren op ons ligt te wachten is verleden
tijd. De hele rij restaurants ernaast: simpelweg weggeveegd. Autowrakken
liggen als achtergelaten speelgoed rondgestrooid op het strand. Honderden
en honderden strandstoelen drijven in de baai. En dat is nog maar wat
we vanop Mercator kunnen zien. Een natuurramp heeft Nai Harn zwaar getroffen.
Een Tsunami. Op onze teller staat een golf van zeven meter hoogte.
Een helikopter vliegt over. Een vliegtuig van het leger cirkelt rond.
Volgens de laatste berichten die uit de kolkende boordradio komen
werd de schokgolf opgewekt door twee enorme aardbevingen tussen Sumatra
de Nicobareilanden. We kennen nog niet de hele omvang van de ramp, maar
afgaande op wat wij gezien hebben moet de ravage onvoorstelbaar zijn.
Heel de kuststrook van Phuket moet een vreselijk oplawaai gekregen hebben,
ook Sumatra, en misschien wel de hele lengte van de Straat van Malakka:
van hier tot Singapore. Onvoorstelbaar.
Mercator drijft nu een mijltje buiten Nai Harn-baai. Wij zijn ongedeerd,
maar diep geschokt.
Hoe begon het? Rustig. Wanneer? Kwart voor negen. Els, Luna en ik
ontbeten in de kuip - stralend zonnetje, zalvend briesje - toen de jachten
in de baai zich opeens erg vreemd gedroegen. Ze begonnen wild rond hun
ketting te dansen. De ene naar hier, de andere juist een andere richting
uit. En wat een stroming! Toen hoorden we geschreeuw. En pas dan merkten
we wat er aan de hand was. Het water was opeens verbluffend gestegen.
Van het grote strand van Nai Harn spoelden tafels en stoelen en parasols
weg. Bij ons strandje van Ao Sane zagen we dat twee auto's op drift waren.
Eén reuzengolf was - traag als een bulldozer - over het strand
en de lagere plaatsen daarachter gerold.
(Volgens onze data logs zàkte het zeeniveau eerst enkele meters.
Pas uit die diepte kwam een berg van zes meter gegroeid. Vreemd. Alsof
de ramp een aanloop nam.)
Eerst heerste erg veel verwarring. Enkele jachten vluchtten onmiddellijk
weg. De rest wist niet wat te doen. Will en ik sprongen in zijn dinghy
om te zien of we ergens konden helpen. Misschien waren mensen in het water
gesleurd. Misschien was iemand gewond. We gingen aan land bij Ao Sane,
sleepten en passant enkele dinghy's mee die losgekomen waren. Alle meubels
waren uit het restaurant gespoeld en de vele motorfietsjes die er altijd
staan lagen als door een reuzenhand over en onder elkaar gestrooid. Een
auto was op een dinghy beland. En het personeel, onze vrienden intussen,
stond te jammeren en stilletjes te huilen.
Daar konden we niet onmiddellijk iets doen, dus sprongen Will en
ik terug in zijn rubberbootje.
Gelukkig maar.
We begonnen in het water voor het hoofdstrand wat strandstoelen,
ijsbakken en matrassen uit het water te plukken. Omdat we daarmee bezig
waren gingen we niet meteen aan land.
Gelukkig maar.
Want toen kwam de grote golf eraan. De verwoester. Will en ik, wij
zagen hem komen. Neen: groeien. Meer dan zeven meter boven het laagste
peil van daarnet. We werden hoog omhoog gehoffen. Nog hoger. Erg hoog.
Hoger dan het land. En dan... Bwwoooeeeffff... Op het strand zagen we
tientallen en tientallen mensen die de ravage al aan het opruimen waren
voor de kolossale massa water uitvluchten, als in een dure Amerikaanse
rampenfilm. Sommigen werden gegrepen. De muur van water stuwde alles voor
zich uit. Eerst hoorden en zagen we de strandtenten verwoest worden, dan
kraakten de struiken en bomen hogerop het strand, daarna het knarsen van
metaal van auto's die meegesleurd werden, een ontploffing, het breken
van glas en van huizen. En door dat alles heen het paniekerige schreeuwen
van mensen die renden voor hun leven, die omver geduwd werden, die zich
vastgrepen om niet terug meegesleurd te worden.
Will en ik waren de enigen die zo dicht bij het strand waren. Terwijl
hij als een gek stuurde om ons uit de reuzenbranding te houden, ging ik
rechtop staan om eventuele slachtoffers in het water te spotten. Maar
als bij wonder leek het dat niemand meegesleurd was naar de open zee.
Er dreef alleen een dik tapijt van rommel, afval, stoelen, tafels, ijsboxen,
kano's, struiken, surfboards, bomen, parasols, strandtenten...
Zodra we er zeker van waren dat er niemand in het water beland was,
haastten we ons terug naar onze jachten. Lagen ze er nog wel? Ja. En we
vonden er Luna die helemaal over haar toeren stond te tieren en te schreeuwen.
"Papa! Maar papa toch! Papa! Ik heb het gezien! Ik heb het gezien!
Papa!" Zij had de laatste golf door de verrekijker op en over het
strand zien beuken en dacht dat haar vader erdoor gegrepen was.
Het is die tweede golf die ook Ao Sane heeft verwoest.
Toen kalmeerde het wat. Er kwamen nog steeds enorme golven binnenschuiven
- neen, het waren geen golven maar heuvels die onder ons door gleden zonder
ons te doen slingeren of zo -, maar ze werden minder hoog. Toch vluchtten
steeds meer boten naar de open zee. Brandamajo en Mercator bleven echter
aan hun anker hangen. Intussen waren de mensen op het land van bij het
strand weggevlucht en -gejaagd. En daardoor... de stilte... Geen geschreeuw
meer. Geen mensen meer te zien. Alleen het gorgelen van een zee die nu
verbijsterend laag wegtrok, lager, steeds lager, meters onder het normale
laagste niveau. Het was angstaanjagend om opeens rotsen te zien blootliggen
die vast en zeker in geen eeuw boven water gekomen waren.
En dan weer omhoog. Traag. Imposant. Maar steeds minder hoog.
Toen begon het overleg. Van alle kanten kwam informatie binnen. Een
aardbeving. Bij Sumatra. Het ergste kan nog komen. Er komt meer. En erger.
Misschien.
Wij stopten met het verzamelen van zoveel mogelijk strandstoelen
en -kussens die voorbij dreven, beleefden nog even de paniek mee toen
een drijvend lijk gespot werd dat al gauw een etalagepop bleek te zijn,
trokken ons anker los en dobberen nu een eind buiten de baai. Misschien
gebeurt er niets meer. Misschien wel. Mocht er een nog grotere golf aankomen,
zou de terugslag ervan ons in de baai kunnen lostrekken en meesleuren,
daarom kozen we meer diepte onder onze kiel en de open zee.
De boordradio staat gloeiend heet. We worden overspoeld door informatie
die geen informatie is. Iedereen weet alles, niemand weet iets. Dokters
en chirurgen worden gevraagd aan land te gaan.
---
18.00h
We liggen al een tijd terug voor anker op onze oude plaats. Nu pas
begint de omvang van de ramp helemaal door te sijpelen. Blijkbaar is wat
gebeurd is hoofdnieuws op zenders als BBC en CNN en strekt de verwoesting
zich uit tot Sri Lanka en de Malediven die extra zwaar getroffen zijn.
Honderden doden. Per viavia-bericht zijn het er meer. Volgens het laatste
nieuws zijn al veertig lijken geborgen op Phuket maar blijven vele mensen
vermist, naar verluidt ook honderden duikers die op boten zaten rond de
Similaneilanden, waar wij vorige week nog waren. In Ao Chalong (waar we
al enkele keren gaan liggen zijn) zijn jachten op het strand gegooid.
Patong is helemaal afgesloten.
We belden Els' ouders om ze gerust te stellen en kregen een dolgelukkige
vader aan de lijn met in de achtergrond een moeder die met luide uithalen
huilde. Dus stuurden we maar wat tekstberichtjes rond. Ik kan me voorstellen
dat de wereld meer informatie over de ramp heeft dan wij die er middenin
zitten.
Met Will en Steve ben ik aan land geweest maar er is weinig wat we
konden doen, de ravage is te groot. Alles is verwoest, alleen de auto
van Chai die de tegenwoordigheid van geest had om die aan een dikke boom
te binden na de eerste golf, ligt niet op het strand. De meeste Thais
blijven op hogergelegen plaatsen afwachten op wat misschien nog komen
kan.
In Nai Harn, aan de andere kant van de baai, is het al even verschrikkelijk.
De kleermaker waar wij een enorme bestelling hebben liggen is nu een hoop
puin. Ik kwam een vrouw tegen die strandstoelen aan het sprokkelen was
en ik zei dat heel wat jachten stoelen hadden opgevist. Het lieve mens
was formidabel. Ze dankte mij uitvoerig en zei: "Gisteren hadden
we zo veel volk dat we vanmorgen extra stoelen hadden uitgezet. Gelukkig
heeft de golf ons niet enkele uren later overspoeld. Die stoelen kunnen
we opnieuw kopen, toeristen kun je niet vervangen." Toen ik weg wandelde
riep ze me achterna: "Good luck, sir!" Ik? Good luck nodig?
De vrouw raamde haar verlies op een half miljoen bath. Een fortuin, hier.
En ze was niet verzekerd. Niemand is verzekerd.
De zee doet nog steeds vreemd. Het niveau stijgt en daalt alsmaar.
('Tidal wave' is daarom een beter woord dan 'shock wave'.) Het wordt avond.
Er hangt een onwezenlijke sfeer over Nai Harn. Geen geluid. Geen lichtjes.
---
Midden in de nacht.
We krijgen de slaap niet te pakken. Elke keer Els en ik onze boeken
aan de kant leggen, knippen we een paar minuten later met een zucht ons
leeslampje weer aan. Zodra we onze ogen sluiten worden we gebombardeerd
met beelden. Die jongen die zich op de vlucht voor het water een baan
door struiken klauwde, de blik in Sabine's ogen toen ze met haar dinghy
langsvoer na de eerste golf, het gezicht van mijn dochter die dacht dat
haar papa dood was...
Het rare is dat je niet beseft dat er een natuurramp aan de gang
is als je midden in die natuurramp zit. Ik bedoel, Will en ik werden vlakbij
het strand door die enorme golf omhoog getild, wij zagen die mensen rennen
voor hun leven, wij hoorden het geluid van de verwoesting, en zelfs dan...
Zelfs dan was het eigenlijk nog vooral een spannend avontuur.
Het is pas later dat je een mentale mokerslag krijgt. Als je probeert
te slapen, bijvoorbeeld.
(Terwijl ik dit laatste schreef begon Els in bed te huilen. "Het
is niet eerlijk", snikte ze, "Al die dode mensen. En wij op
ons dure jacht zijn weer eens de gelukzakken. Wie het minste tegenslag
verdient heeft weeral de volle laag gekregen. Neem nu die mensen van die
strandrestaurantjes waar we vorige week met Jan en Lien gaan eten zijn,
die waren zò vriendelijk. Zò blij dat ze klanten hadden.
En nu hebben die niéts meer. Misschien leven ze zelfs niet meer...)
---
Nog meer midden in de nacht.
De VRT-radionieuwsdienst belt ons wakker. Wij kunnen hen geen nieuwe
informatie geven. Zij ons wel. Elfduizend doden al. Een aardbeving
van 8,9 op de schaal van Richter. Fuck, fuck, fuck. |